“Uit bontgekleurde doeken doemen rijen vazen op, ontvangen majesteitelijk gezeten figuren gasten en gaven of denderen prehistorisch ogende dieren voorbij. Vele verhalen ontvouwen zich, opgebouwd uit even zo vele lagen verf; transparante en minder transparante. We maken kennis met het werk van de Nijmeegse kunstenaar Dick Tasma (1951). De verflagen nodigen ons uit om deze als een archeoloog te ontrafelen. En archeologie, zo leerde Indiana Jones ons wel, is spannend.”

“Dick Tasma houdt van verf. Zonder vooropgezet plan schildert hij door en door: soms moet hij zichzelf een strikt halt toeroepen als de lagen zich blijven opstapelen. Maar alles wat eronder zit, slechts vaag of helemaal niet zichtbaar, speelt wel degelijk een rol. Alleen al door het effect dat het op de huid van het schilderij heeft.”

“… we kunnen hem bijna als neo-symbolist typeren.”

“De kunstenaar noemt zijn werk letterlijk ‘archeologie voor de ziel’. De oude voorwerpen zijn niet als bij Toorop een optelsom van antieke citaten. Dick Tasma destilleerde juist de essentie van antieke kunst en toont een archeologischer beeld dan de archeologie.”

“De thematiek volgt de symbolisten, zij het dat Tasma zijn eigen vormentaal ontwikkelde. Waar Khnopffs en Toorops werk als een symbolische cryptogram met interpretaties ontsloten moet worden, kiest Tasma voor een toegankelijker taal. De antieke citaten, van vazen tot mensen, zijn ingedikt tot een essentiële vorm. Uit diverse beelden, die iedereen inmiddels kent, ontstaat een oerbeeld. Deze worden als een optelsom in één schilderij ondergebracht, als draagbare muurschilderingen. Dick Tasma heeft veel te vertellen. Niet in een enkelvoudig schilderij, maar als tekens aan de wand.”

Liesbeth Grotenhuis,
 curator van de kunstcollectie van Gasunie
 Groningen, 2004
Uit: TEKENS AAN DE WAND: oeroude wijsheden in Dick Tasma’s draagbare muurschilderingen