“Ik ben met 6 maanden geboren. Er zijn geen geboortekaartjes die mijn geboorte markeren zoals dat bij de meeste westerse mensen gebruikelijk is. Maar ja, 24 weken is dan ook wel erg uitzonderlijk, zeker in 1951 en om drukkerskosten te sparen, wordt een niet levensvatbaar kind wel eens terzijde gelegd om op het aanrecht te sterven.
Mijn moeder werd gecondoleerd met de geboorte van een dood geboren zoon.
Bob was wel een erg jonge en onervaren arts, hij heette geen Bob, zo noem ik hem maar. We schrijven 1951. Hij had de ballen verstand van neonathologie, was op dat moment (01 12 51) arts-assistent in de vroedvrouwenschool in Heerlen en hij vond het blijkbaar wel een leuke klus om dat grappig embryo tot wat meer leven te brengen en levend te houden. Hij druppelde wat alcohol in het opengesperde bekkie en het joch begon zowaar weer te kloppen. Nou ja, zijn hart dan, maar het was in verhouding tot zijn lijf zo groot in zijn beweging, dat het leek of het jongetje een en al hart was. Van een kaasstolp knutselde Bob in korte tijd een couveuse avant-la-lettre. Het jong kreeg een verlengd verblijf in een neppe baarmoeder, lekker warm. Hij redde het. Hij jongetje wilde graag leven.

Er moet ergens in Nederland een engel van een verpleegster rondlopen die mij in mijn prilste jaren de liefde heeft gegeven die een baby nodig heeft. Ze zal nu ongeveer 75 jaar zijn. Ze had donkerblond haar geloof ik, dat ze het liefst los droeg, maar voor haar beroep in een wrong onder een wit kapje bijeenbond. Ze had zachte handen, ze was wat magerder dan de meeste vrouwen, ze droeg nylons met een naad achter op haar benen, ze weigerde de gebruikelijke sandalen te dragen. Ze droeg een licht parfum maar ik rook haar eigen lucht er gemakkelijk door heen. Ik herkende haar uit duizenden. Het was een vroedvrouwenschool; er liepen er niet eens duizenden. Zij heeft mij geleerd dat het eerste dat klopt in een leven een hart is en dat een hart een soort postkantoor is voor de ontvangst en de uitgave van liefde. Zij stopte zoveel liefde in mijn hart dat ik van het leven ging houden, en het leven godzijdank van mij.”

Dick Tasma, 2013, uit: een ietwat lijvig aandenken voor mijn beide lieve dochters